Meer dan kleding ruilen: hoe The Swapshop LAB onze community laat repareren, creëren en inspireren

Meer dan kleding ruilen: hoe The Swapshop LAB onze community laat repareren, creëren en inspireren

Kleding ruilen is al 9 jaar de basis van The Swapshop. Iedere week krijgen we honderden nieuwe items binnen die een nieuw leven krijgen. Gelukkig kiezen steeds meer mensen bewust voor hergebruik en tweedehands kleding. Bij The Swapshop dromen we van een wereld waarin kleding zo lang mogelijk meegaat en waarin alles blijft circuleren. Een wereld waarin een kledingstuk niet eindigt als afval, maar steeds opnieuw waarde krijgt. Ieder kledingstuk dat opnieuw gedragen wordt, betekent minder vraag naar nieuwe productie en minder waardevolle grondstoffen die verloren gaan. Maar kleding ruilen is niet de enige manier om beter gebruik te maken van wat we al hebben. Sommige kledingstukken kunnen we gewoon niet in onze winkels hangen, omdat ze hun beste tijd gehad hebben of van zo’n matige kwaliteit zijn dat we ons afvragen wie ooit bedacht heeft om dit te maken.

Soms is een kleine reparatie genoeg om een favoriet kledingstuk weer jaren mee te laten kunnen. Maar een trui met gaten kan zelfs de meest creatieve reparatie niet meer redden. En soms weten we gewoon: dit gaat waarschijnlijk echt niemand meer uit het rek trekken. Soms vraagt een kledingstuk om een creatieve transformatie, zodat het weer een hele nieuwe waarde krijgt. Zeker als het gaat om items met hele mooie stoffen of bijzondere details. Items die nog draagbaar zijn, maar van lagere (fast fashion) kwaliteit zijn, of al lang in de winkels hangen, gaan naar onze salesafdeling. Items die zelfs niet geschikt zijn voor de sale, doneren we.

Een uitbreiding van onze missie

De vraag wat te doen met de items die we niet kunnen ruilen houdt ons al jaren bezig. Onze circulaire laptop sleeve The Puffer, voor 70% gemaakt van gerecycled katoen, was een eerste experiment. Tijdens dit experiment kwamen we erachter dat er veel nieuwsgierigheid leeft binnen onze community, en dat we vooral energie halen uit mensen betrekken in circulariteit, zodat we met zijn allen in actie kunnen komen. Er is een groeiende groep mensen die graag hun kleding willen leren of laten repareren, creatiever met kleding willen omgaan en willen ontdekken wat er allemaal mogelijk is. Ook zijn er steeds meer ontwerpers die zich richten op kleding upcyclen. Tegelijkertijd zien we hoeveel creativiteit er in onze community zit. Mensen die zelf kleding maken, repareren, verven of oude stoffen omtoveren tot iets compleet nieuws. Wat als we al die kennis, creativiteit en liefde voor kleding samenbrengen? Geen los project, maar een uitbreiding van onze missie. Denk aan leren repareren, creatief omgaan met wat we al hebben en ontdekken hoeveel waarde een kledingstuk nog kan hebben.

The Swapshop LAB

We leven in een wereld waarin het kopen van kleding goedkoper en makkelijker is dan ooit. Een kapotte rits vervangen kost tijd, een broek inkorten kost moeite en een trui stoppen is voor veel van ons een vaardigheid die we nooit hebben geleerd. Toch merken we dat er ook iets aan het veranderen is. Steeds meer mensen willen bewuster omgaan met hun kleding. We kopen vaker tweedehands, denken na over de impact van de mode-industrie en vragen ons af hoe we kleding langer kunnen dragen. Maar tussen goede intenties en het daadwerkelijk veranderen van gedrag zit vaak nog een grote stap. En hier begint het verhaal van The Swapshop LAB. Georgia Carns, winkelmanager bij The Swapshop, kwam met het idee om The Swapshop uit te breiden met een logische volgende stap. Een plek waar reparatie, upcycling en workshops samenkomen, zodat nóg meer kleding een nieuw leven krijgt. Het is een plek waar we experimenteren met nieuwe circulaire ideeën. Waar we samenwerken met lokale ontwerpers, makers en reparateurs. Naast kleding ruilen wilden we ontdekken hoe we elkaar kunnen inspireren om kleding te upcyclen, nieuwe vaardigheden te leren, te repareren en met andere ogen naar kleding te kijken. En dat wilden we vooral leuk, creatief en toegankelijk maken.

Van kleding ruilen naar een compleet circulair verhaal

Als programma-ontwikkelaar van The Swapshop LAB, heeft Georgia drie programma’s bedacht: (Re)Thread, Repair en WorkLABS. Ieder programma is gericht op een andere kant van circulaire mode, maar ze hebben allemaal hetzelfde doel: kleding langer laten leven en laten zien dat circulariteit niet alleen noodzakelijk is, maar ook creatief, sociaal en heel leuk kan zijn. Met (Re)Thread geven lokale ontwerpers kleding die niet meer geruild kan worden een compleet nieuw leven door middel van upcycling. Met onze WorkLABS organiseren we creatieve workshops waarin deelnemers leren hoe ze kleding kunnen repareren, aanpassen of transformeren. En tijdens de Repair Pop-ups kunnen items gerepareerd worden. Alle drie de programma's hebben hetzelfde doel: minder textielafval, meer liefde voor kleding en laten zien dat duurzame mode ook leuk, sociaal en inspirerend kan zijn.

In 2025 lanceerden we The Swapshop LAB in onze winkel aan de Haarlemmerdijk in Amsterdam, en onlangs ook aan de Oude Binnenweg in Rotterdam. Voordat we begonnen waren we vooral nieuwsgierig. Zijn we eigenlijk wel bereid om meer te betalen voor een handgemaakt upcycled kledingstuk? Willen we wel leren naaien of repareren of besteden we het liever uit? Waarom kiezen we er soms voor om een kledingstuk weg te gooien, terwijl een kleine reparatie voldoende zou zijn? Om daarachter te komen vroegen we bijna tweehonderd mensen naar hun mening. We spraken met deelnemers, ontwerpers, workshophosts en reparateurs, zagen hoe mensen reageerden in onze winkels en verzamelden waardevolle inzichten over wat mensen motiveert om kleding te repareren, te upcyclen of juist niet. In deze blog nemen we je mee achter de schermen van The Swapshop LAB. We delen onze successen, de uitdagingen waar we tegenaan liepen en vooral de lessen die we geleerd hebben. Want als één ding duidelijk is, dan is het dat een circulaire toekomst vooral draait om mensen die samen willen blijven leren, maken en inspireren, en zich geroepen voelen om er zelf actief aan bij te dragen.

(Re)Thread: Upcycling gaat over tijd, creativiteit en vakmanschap

Misschien wel het meest zichtbare onderdeel van The Swapshop LAB is (Re)Thread. Voor deze collectie werken we samen met lokale ontwerpers die kleding transformeren die anders niet meer geruild zou kunnen worden. Geen massaproductie, maar juist unieke stukken waar uren werk, creativiteit en vakmanschap in zitten. In de afgelopen zes maanden werkten we samen met negen lokale ontwerpers en verkochten we meer dan zeventig unieke upcycled items. Daarnaast kregen ongeveer 70 kilo textiel een tweede leven. Dat is misschien minder dan we vooraf hadden gehoopt, maar juist tijdens het proces ontdekten we waarom opschalen niet zo makkelijk is.

Geupcyclede kledingstukken zijn vaak leuk om te zien, omdat ze zo uniek zijn. Maar wat vaak onzichtbaar blijft, zijn de uren die eraan voorafgaan. Ontwerpers moeten geschikte materialen selecteren, naden uithalen, patronen aanpassen, experimenteren, opnieuw beginnen en uiteindelijk alles netjes afwerken. Dat maakt ieder kledingstuk uniek, maar ook arbeidsintensief. En daar kwamen we direct een uitdaging tegen. Waarom vinden we €80 duur voor een upcycled jas, maar niet voor een nieuw merk? Uit onze gesprekken bleek iets wat eigenlijk heel menselijk is. Vrijwel iedereen vindt upcycling een mooi idee. Maar zodra er een prijskaartje aan hangt, vergelijken we het onbewust met gewone tweedehands kleding of zelfs met fast fashion. Jarenlang zijn we gewend geraakt aan T-shirts van €10 en broeken van €30. Daardoor voelt een handgemaakt kledingstuk van €75 ineens duur, terwijl er meer werk en vakmanschap in zit. Uit ons onderzoek bleek dat ongeveer een derde van de respondenten geen extra bedrag wil betalen voor een upcycled kledingstuk ten opzichte van reguliere tweedehands kleding. De grootste groep voelde zich comfortabel bij een kleine meerprijs, maar zodra prijzen boven de €100 uitkwamen, haakten veel mensen af. Een balans vinden tussen een eerlijk bedrag voor de ontwerper en een prijs die we bereid zijn te betalen, bleek lastig. 

Al blijft het een uitdaging, we zien ook dat er echt interesse is in upcycled items. Daarom willen we het verder ontwikkelen in de toekomst. Niet door de ontwerpen minder bijzonder te maken, maar juist door slimmer te werken. We onderzoeken bijvoorbeeld hoe we bepaalde basisontwerpen kunnen standaardiseren, zodat ontwerpers minder tijd kwijt zijn aan terugkerende werkzaamheden en meer ruimte overhouden voor creativiteit. Ook willen we duidelijkere afspraken maken over de productietijd en prijsranges. Zo hopen we dat de collectie zo toegankelijk mogelijk blijft én dat ontwerpers eerlijk betaald worden voor hun werk. Want als we willen dat duurzame mode de norm wordt, hoort daar ook een eerlijke prijs voor creativiteit en vakmanschap bij.

WorkLABS: wat de workshops ons leerden

Toen we begonnen met de WorkLABS, dachten we vooral aan het delen van praktische vaardigheden. Hoe stop je een gat? Hoe maak je van een oud overhemd iets nieuws? Hoe kun je textiel verven met natuurlijke materialen? Maar al snel ontdekten we dat de workshops over veel meer gaan dan alleen nieuwe technieken leren. Ze gaan over vertrouwen. Over creativiteit. En misschien wel het belangrijkste: over samenkomen. In een tijd waarin we veel online doen, inclusief het bekijken van tutorials, bleek het heel bijzonder om mensen die elkaar niet kennen samen rond een tafel te brengen. Tijdens de workshops ontstonden soms bijzondere gesprekken, en de vraag waarom we eigenlijk zijn verleerd om onze kleding te (ver)maken. Dit samenkomen is zeker net zo waardevol als de skills zelf, aangezien het motiverend werkt.


In totaal hebben inmiddels meer dan 70 deelnemers meegedaan aan één van onze WorkLABS. Iedereen ging naar huis met iets tastbaars, zoals een zelf natuurlijk gedyed item, maar misschien nog belangrijker: met het vertrouwen dat ze het de volgende keer zelf ook kunnen. En dat is super belangrijk om er zelf mee aan de slag te gaan. Je hoeft niet heel creatief te zijn. Iedereen kan het. En zodra we het één keer hebben gedaan, verandert vaak ook de manier waarop we naar kleding kijken. Het kan zomaar een leuk nieuw projectje worden. De drempel om er iets mee te doen wordt lager. Het kan een klein zaadje plantje of onze mentaliteit veranderen. De WorkLABS waren niet alleen waardevol voor deelnemers, maar ook voor de workshophosts. Alle workshops werden gegeven door lokale makers en ontwerpers. Voor hen waren de avonden een mooie kans om hun eigen werk te laten zien, nieuwe mensen te ontmoeten en hun passie te delen.

Betaalbaar én eerlijk blijft een uitdaging

Maar ook hier kwamen we uitdagingen tegen. Uit ons eerdere onderzoek bleek al dat de meeste mensen bereid zijn om ongeveer €15 tot €30 te betalen voor een workshop. Dat zagen we ook terug in de praktijk. Zodra de prijs boven de €30 uitkwam, merkten we dat mensen langer twijfelden of helemaal niet meer boekten. Tegelijkertijd willen we de workshophosts eerlijk betalen. Zij bereiden materialen voor, ontwikkelen een programma, begeleiden deelnemers en delen hun expertise. Dat verdient een eerlijke vergoeding. Om de workshops toegankelijk te houden, konden deelnemers een deel van hun ticket met swaps betalen. Op die manier wilden we de workshops zo laagdrempelig mogelijk houden. Alleen dat heeft ook zijn nadelen. Workshophosts worden namelijk in euro's betaald, niet in swaps. Daardoor werd het financieel lastig om iedere workshop kostendekkend te organiseren. Dat betekent niet dat de WorkLABS geen toekomst hebben. We gaan de komende tijd onderzoeken hoe we workshops financieel duurzamer kunnen organiseren. Bijvoorbeeld door vaker samen te werken met makers die hun eigen achterban meenemen, door flexibeler om te gaan met ticketverkoop of door nieuwe vormen van samenwerking te ontwikkelen waarbij zowel The Swapshop als de workshophost profiteren van een succesvolle workshop. 

Repair: Waarom kleding repareren nog niet vanzelfsprekend is

Je zou verwachten dat ook kleding repareren steeds populairder wordt. Toch blijkt dat niet helemaal zo te zijn. Tijdens onze maandelijkse Repair Pop-ups repareerden we ruim 40 kledingstukken, waarvan een groot deel uit onze winkel zelf kwam en niet van swappers. We merkten dat de stap naar repareren soms toch nog best groot is.

Veel mensen gaven bovendien aan dat ze kleine reparaties liever zelf doen of iemand in hun omgeving vragen. Tijdens de Repair Pop-ups deelden we gratis reparatiesetjes uit, zodat mensen thuis zelf aan de slag konden. Best veel mensen zeiden: "Leuk... maar waarschijnlijk ga ik het toch niet gebruiken." Een van de leukste verrassingen van de Repair Pop-ups speelde zich eigenlijk buiten de winkel af. De repair host zat voor het raam te werken aan de Haarlemmerdijk. Voorbijgangers bleven vaak staan om even te kijken. Ze maakten foto's, stelden vragen en keken nieuwsgierig naar de naaimachine. Waarschijnlijk niet omdat een naaimachine zo spectaculair is, maar omdat je het niet snel verwacht te zien in een winkel. Het wekte bij best wat mensen nieuwsgierigheid op. Vroeger werd kleding overal gemaakt en gerepareerd. Tegenwoordig zien we vooral volle kledingrekken en pakketbezorgers. Dus ook al kwamen niet veel mensen items brengen om te laten repareren, het heeft toch wat los gemaakt. Het liet iets zien wat we langzaam uit het straatbeeld zijn kwijtgeraakt: zorg dragen voor wat we al hebben.


Financieel gezien bleek het Repair-programma net als (Re)thread en de workLABS niet zo makkelijk. Bezoekers konden een deel van de reparatie met swaps betalen, zodat ook repareren toegankelijk bleef. Tegelijkertijd wordt de Repair host volledig in euro's uitbetaald. Daardoor heb je genoeg reparaties op een dag nodig om het op z’n minst kostendekkend te maken. Om de tijd van onze reparateurs optimaal te benutten, repareerden zij daarom ook kleding uit onze eigen collectie. Denk aan wollen jassen, leren items en zijden kledingstukken die na een kleine reparatie weer verkocht konden worden. Ook dat leverde waarde op. 

Wat hebben we uiteindelijk bereikt?

Al heeft het eerste jaar van The Swapshop LAB ook veel uitdagingen gekend, geloven we ook nog steeds in de potentie ervan. Ieder begin is lastig, en met wat slimme aanpassingen hopen wij het ook voor onszelf duurzaam te maken. We zijn vooral trots op wat we samen met onze community hebben opgebouwd. Meer dan 100 kilo textiel bleef in omloop dankzij reparatie, hergebruik en upcycling. Meer dan 70 mensen leerden nieuwe vaardigheden tijdens onze workshops. Ruim 40 kledingstukken kregen een tweede leven dankzij onze Repair Pop-ups. En niet te vergeten, de vele bijzondere gesprekken tijdens de workshops. Uiteindelijk gaat de overstap naar een circulaire economie allemaal om mensen, zoals we in ons vorige blog al beschreven. Ons gedrag verandert niet doordat we één keer lezen dat de mode-industrie vervuilend is. Ons gedrag verandert wanneer iets leuk wordt. Wanneer we merken dat iets aanpassen of repareren best makkelijk is. Of wanneer we een ontwerper ontmoeten die laat zien hoeveel liefde er in een upcycled kledingstuk zit. En wanneer we onderdeel worden van een community waarin dat allemaal normaal is.

We blijven nieuwe ideeën testen en onze programma's verbeteren. We willen meer mensen laten ontdekken hoe leuk kleding ruilen, upcyclen en kleding repareren eigenlijk zijn. We willen nog meer lokale makers een podium geven met een uitgebreide Re:Thread collectie. We willen onze workshops verder laten groeien. Zo maken we het steeds normaler om te kijken naar wat we al hebben, brengen we waardering voor vakmanschap en creativiteit terug.

Previous post

Leave a comment